Welkom
Goedenavond allemaal,
Hartelijk welkom bij deze korte bijeenkomst in de stille week. Ook iedereen die als gast mee luistert. Fijn dat we elkaar op deze manier mogen ontmoeten.
Gebed
Open mijn lippen, Heer
En mijn mond zal uw lof verkondigen
Geef mij, God, uw redding
en ik zal juichen om uw eer
Aan God, die spreekt met macht
Zij eeuwig eer.
Amen
Psalmgebed 116
Kom weer tot rust, mijn ziel
De Heer is je te hulp gekomen.
De Heer heb ik lief, hij hoort
mijn stem, mijn smeken,
Hij luistert naar mij
Ik roep hem aan mijn leven lang.
Banden van de dood omknelden mij,
angsten van het dodenrijk grepen mij aan
ik voelde angst en pijn
Toen riep ik de naam van de Heer
Heer red toch mijn leven!
De heer is genadig en rechtvaardig
onze God is een God van ontferming
de Heer beschermd de eenvoudigen,
Machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd
Kom weer tot rust mijn ziel
de Heer is je te hulp gekomen
Ja, u hebt mijn leven ontrukt aan de dood.
mijn ogen gedroogd van tranen,
Mijn voeten voor struikelen behoed.
Ik mag wandelen in het land van de levenden
onder het oog van de Heer
ik bleef vertrouwen, ook al zei ik:
ik ben diep ongelukkig
Al snel dacht ik:
Geen mens die zijn woord houdt
Hoe kan ik de heer vergoeden
wat hij voor mij heeft gedaan?
Ik zal de beker van bevrijding heffen
de naam aanroepen van de Heer
en mijn geloften aan de Heer inlossen
in het bijzijn van heel zijn volk
Met pijn zie de Heer
de dood van zijn getrouwen
Ach, Heer ik ben uw dienaar
uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares:
u hebt mijn boeien verbroken.
Uw wil ik een dankoffer brengen
Ik zal de naam aanroepen van de Heer
en mijn geloften aan de Heer inlossen
in het bijzijn van heel zijn volk
In de voorhoven van het huis van de Heer
binnen uw muren, Jeruzalem
Halleluja

Luisterlied/opwekking 706 (zie hoe jezus lijdt voor mij)
Schriftlezing Exodus 4: 1-17(23)

  1. Weer maakte Mozes bezwaar. ‘ze zullen me vast niet geloven en niet naar me luisteren,’ zei hij. ‘ze zullen zeggen: de Heer is helemaal niet aan jou verschenen.’ 2. De Heer vroeg: ‘Wat heb je daar in je hand?’ ‘Een staf, antwoorde mozes. 3. Gooi hem op de grond, beval de Heer, en toen mozes dat deed, veranderde de staf in een slang. Mozes deinsde achteruit, 4. Maar de Heer zei tegen hem: Grijp de slang bij zijn staart. Toen Mozes dat deed, veranderde in zijn hand de slag weer in een staf. 5. De Heer zei: Hierdoor zullen ze geloven dat de Heer, de God van Isaak en Jakob, aan jou verschenen is. 6. Ook zei hij: steek je hand eens in je kleed. Mozes deed dat, en toen hij zijn hand er weer uit trok, zat die onder de uitslag, hij was sneeuwwit. 7. Steek je hand nog eens in je kleed, zei de Heer. Mozes deed het en toen hij zijn hand er opnieuw uit trok, zag die er weer net zo uit als de rest van zijn huid. 8. Als ze je niet geloven en zich niet door het eerste wonderteken laten overtuigen, zei de Heer, dan zullen ze zich wel overtuigen door het tweede. 9. Maar zijn ze door geen van beide wonderen te overtuigen en blijven ze weigeren naar je te luisteren, dan moet je water uit de Nijl scheppen en dat over het land uitgieten; het water zal op het droge in bloed veranderen.
  2. Maar Mozes antwoorde: Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden. 11. De heer zei: Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de Heer? 12. Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.
  3. Maar Mozes hield vol: Neemt u mij niet kwalijk. Heer stuur toch iemand anders, wie u maar wilt. 14. Nu werd de Heer Kwaad op Mozes. Je hebt toch een broer, de Leviet Aäron! Zei hij. Ik weet dat hij welebespraakt is. Hij is al naar je onderweg en zal blij zijn je te zien. 15. Vertel jij hem wat hij moet zeggen. Ik zal bij jullie zijn als je moet spreken en jullie ingeven wat je moet doen. 16. Hij zal in jouw plaats het volk toespreken: hij zal jouw mond zijn, jij zult zijn God zijn. 17. En neem je staf in de hand, want daarmee moet je wonderen doen.

Lied:
Heer, U bent mijn leven de grond waarop ik sta
Heer, U bent mijn weg de waarheid die mij leidt
U woord is het pad de weg waarop ik ga
Zolang U mijn adem geeft, zolang als ik besta
Ik zal niet meer vrezen, want U bent bij mij
Heer, ik bid U, blijf mij nabij

Heer, U bent mijn kracht, de rots waarop ik bouw
Heer, U bent mijn waarheid, de vrede van mijn hart
En niets in dit leven zal ons scheiden Heer
Zo weet ik mij veilig, want uw hand laat mij nooit los
Van wat ik misdaan heb, heeft U mij bevrijd
En in uw vergeving leef ik nu

Vader van het leven, ik geloof in U
Jezus de Verlosser, wij hopen steeds op U
Kom hier in ons midden, Geest van liefde en kracht
U die via duizend wegen ons hier samen bracht
En op duizend wegen, zendt U ons weer uit
Om het zaad te zijn van Gods rijk

Schriftlezing matteüs 9:1-8

  1. Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. 2. Daar probeerde een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: Wees gerust, uw zonden worden u vergeven. 3. Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: wat een godslasterlijke taal! 4. Jezus doorzag hun gedachten en zei: waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? 5. Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden u vergeven of Sta op en loop? 6. Ik zal u laten zien dat de mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven. Toen zei hij tegen de verlamde: Sta op, pak uw bed en ga naar huis. 7. En hij stond op en ging naar huis. 8. Bij het zien hiervan werden de mensen van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan de mensen heeft verleend.
    Orgel spel
    Gebed:
    Heer ik heb u lief,
    U hoort mijn stem, mijn smeken en mijn klagen.
    Ik roep u aan, mijn hele leven lang
    Ik mag u steeds bestormen met mijn vragen
    Heer ik heb u lief,
    al weet ik soms niet waar ik het moet zoeken.
    wat nog mijn plaats is, waar ik heen zou moeten
    om uw zegen in zijn volheid te ontvangen
    en door te geven, in uw grote naam
    Leer ons uw tekenen te zien en te geloven
    en breng ons hart tot rust, en neem de angst
    Ver van ons weg
    Zoals u hebt beloofd.
    Geef ons een stem heer om uw steeds te loven
    te zingen op de vleugels van de hoop
    Ik hef mijn ogen op naar u, naar boven
    en weet mijn voeten vast, waar ik ook loop
    God, die spreekt met macht, ontferm U over ons.
    In stilte leggen we dat wat diep in ons hart leeft bij God neer. (stilte)
    Onze Vader, die in de hemelen zijt;
    Uw naam worde geheiligd.
    Uw koninkrijk kome.
    Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
    Geef ons heden ons dagelijks brood.
    En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
    En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen
    Zegenbede
    God, wees ons genadig en zegen ons,
    laat het licht van uw gelaat over ons schijnen,
    dan zal men op aarde uw weg leren kennen
    en heel de wereld uw reddende kracht.
    Einde/orgelspel