Geodeavond allemaal,

Fijn dat u vanavond de tijd neemt om bij ons aan te sluiten. Vanavond is de 2de avond van de stille week, waarin we opnieuw stil willen staan, bij het offer wat Jezus voor ons gebracht heeft. We willen dat doen door gebed, bijbel lezing en muziek.

Stilte

Aansteken kaars

Gebed:

Open mijn lippen, Heer

En mijn mond zal uw lof verkondigen

Geef mij, God, uw redding

En ik zal juichen om uw eer.

Aan God, die leven is en leven geeft

Zij eeuwig eer.

Amen

Lied: Psalm 80: 1 en 10

O herder, die uw volk wilt leiden,
als schapen Israël wilt weiden,
die Jozef als uw kudde hoedt,
verhoor ons, HERE, wees ons goed.
Gij, die uw troon op cherubs sticht,
verschijn ons in uw blinkend licht.

Doe ons uw kracht ten leven blijken,
dan zullen wij van U niet wijken.
Dan wordt uw naam door ons geëerd,
o HEER, die alle ding regeert.
Verlos ons, toon ons ‘t lieflijk licht
van uw vertroostend aangezicht.

Psalm gebed: psalm 114 en 115

Het volk dat uit Egypte trok,

een land waar niemand hen verstond,

het ging op weg naar Israël:

Dat was hoe God met Israël begon.

De zee werd bang en vluchtte weg,

het water kroop uit de Jordaan,

de bergen sprongen achteruit,

de heuvels renden blind achter hen aan.

Het kan zijn dat de zee het weet,

of vraag het aan het water zelf

waar iedereen zo bang voor was –

of anders weet misschien de berg het wel.

Buig, aarde, voor die grote God

en spring en dans voor je Heer.

Buig, aarde, voor die grote God

en spring en zing en dans voor je Heer

die water maakt van steen, want dat is God:

als hij het wil dan spuiten de fonteinen uit de rots.

Psalm 115 (vertaling René van Loenen)

voorlezer           

Niet wij, niet wij –

u bent het hart van de schepping.

U krijgt de eer en niet wij.

allen     Want onbeperkt is uw liefde, zo onbegrensd als uw trouw.

voorlezer           

Hoor het spotten van de volken:

Waar is jullie God nou? Waar?

allen     Onze God is in de hemel en zijn hand draagt ons bestaan

voorlezer           

Beelden van goud en van zilver

goden gemaakt met de hand,

daarvoor gaan zij door de knieën,

 knielen ze neer in het zand.

Kijk, zo’n beeld heeft grote ogen,

maar hoe blind is zijn bestaan.

Ja, hij heeft wel grote oren

maar geen woord komt bij hem aan.

Ook hun neuzen staan wel aardig,

maar iets ruiken doen ze niet.

machteloos van lijf en leden

zijn de goden die je ziet.

Om hen heen heerst doodse stilte,

want zo’n godsbeeld ademt niet.

Wie vertrouwt op dode beelden

maakt zichzelf tot wat hij ziet.

Op de Levende vertrouwen

is je roeping, Israël.

Heb ontzag voor je beschermer

en vertrouw alleen op hem.

Wij zijn nooit uit zijn gedachten.

Hij wil onze helper zijn,

want hij zegent met zijn liefde

heel het volk, van groot tot klein.

Niemand anders is hun helper,

niemand anders dan de HEER

allen     Niemand anders hun beschermer niemand anders dan de HEER.

voorlezer           

God staat je bij, geeft je toekomst,

zegent je huis, je gezin.

Hij geeft geluk door zijn liefde

daarvan ben jij het bewijs.

Alles, alles draagt zijn beeldmerk:

in de hemel, zijn domein,

en op aarde, waar de mensen

met gezag gezegend zijn.

Doden zijn stil. Doden zwijgen,

hebben geen stem voor een lied,

hebben geen taal om te danken.

Wie bewijst God dan nog eer?

Wij die leven, kunnen zingen

voor de Schepper, wij alleen

zullen hem met psalmen eren,

dag aan dag en keer op keer.

allen     Niemand anders kan ons helpen, niemand anders dan de HEER

voorlezer            Niemand anders ons beschermen, niemand anders dan de HEER.

allen     Alle eer aan God.

Voorlezer  Halleluja!

Bijbellezing: Exodus 3: 9-15 en 18

Lied:  God die was en is en komt GK 121: 2, 3, 8

2. Licht uit Licht, U roepen wij,

wees voor ons ‘God van nabij’.

Kom, verdrijf de duisternis,

waarin licht noch leven is.

Ontferm U, Heer.

3.Heer, uw hele schepping lijdt,

zucht in diepe donkerheid.

Zie dit vruchteloos bestaan

toch in uw ontferming aan.

Ontferm U, Heer.

8.Door de wereld gaat Gods Woord,

klinkt tot aan het einde voort.

Maak het wijd en zijd bekend:

‘t Woord volbrengt waartoe Hij ‘t zendt.

Wees met ons, Heer.

Lezing: Matteüs 16: 13-18

Gebeden

Voorlezer:

Heer, wij komen bij U met een hart vol vragen,

 maar ook om uw naam uit te roepen over ons leven.

 Want ons leven ligt in uw hand,

en U laat het daaruit niet vallen.

Bij U zijn wij veilig, ons leven

is geborgen in Uw eeuwige liefde.

 Wij bidden U:

A God, die leven is en leven geeft Verhoor ons in uw naam

V             Heer, U zoekt ons steeds weer op, wilt Uzelf

aan ons verbinden, wij kunnen dat niet vatten.

Wij danken U uit de grond van ons hart en

houden ons vast aan deze onze enige zekerheid:

dat U het bent die van ons houdt.

Waar wijzelf en de mensen om ons heen

tekort schieten, vult U ons hart met

 eindeloze vreugde en vrede.

Wij bidden U:

A             God, die leven is en leven geeft Verhoor ons in uw naam

V             Heer, geef dat wij uw naam recht doen

in wat wij zeggen, bidden, zichtbaar maken

 aan onszelf en onze naaste.

Geef ons een zuiver beeld

van wie U bent, en maak van ons

een evenbeeld dat U weerspiegelt.

Wij bidden U:

  1. God, die leven is en leven geeft Verhoor ons in uw naam

V             Heer, wees met mensen in hun eenzaamheid,

 in donkere diepten vaak verscholen.

 Onzichtbaar in hun pijn, hun doodsverlangen

soms, dat uitschreeuwt in de eindeloze duisternis

van hun bestaan. Wees voor hen

een God van kracht en licht en van nabij.

Wij bidden U:

A             God, die leven is en leven geeft Verhoor ons in uw naam

V             God van nabij, wilt U uw eindeloze vaderarmen,

slaan om ons heen, verhef U

boven ons eigen denken, voelen, willen

en richt dat op de bron van ons geluk:

het leven in verbondenheid met U.

Heer, maak ons sterk, en zet ons op de rots

van leven en van hoop. En van vertrouwen.

Wij bidden U:

A             God, die leven is en leven geeft Verhoor ons in uw naam

De voorbeden sluiten we af met stilte voor persoonlijk gebed en tot slot het gezamelijke Onze Vader

V             In de stilte leggen we wat diep in ons hart leeft bij God neer:

Stilte

V Onze Vader….

Allen: die in de hemel zijt…

Afsluiting

Lied: GK 174 ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’

Zo vriendelijk en veilig als het licht,

zo als een mantel om mij heengeslagen,

zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,

ik roep zijn naam, bestorm Hem met mijn vragen,

dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.

Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd

waakt over mij en over al mijn gangen.

Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid

om, als ik val, mij telkens op te vangen.

Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.

Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,

wil alle liefde aan uw mens besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Zegenbede

Voorganger

God, wees ons genadig en zegen ons,

 laat het licht van uw gelaat over ons schijnen,

 allen dan zal men op aarde uw weg leren kennen,

 en in heel de wereld uw reddende kracht.

De kaars wordt gedoofd